Inhoud
Onze cultuur wordt bepaald door een mechanistisch wereldbeeld. De machine is paradigmatisch voor het denken en handelen. De machine - inmiddels een verouderde vorm van techniek - staat model voor onze omgang met mens en natuur en voor ons organiseren van de samenleving.
Marc Van den Bossche komt aan de hand van het werk van Jacques Ellul, Martin Heidegger en Richarc Rorty tot zijn concept van de technische rede. Dat is een vorm van denken waarbij zekerheid, manipuleerbaarheid en maakbaarheid voorop staan. (...)
In het politieke drukt het zich uit in het utopisme, of in het idee dat de ware, vrije samenleving zich ergens in een beheersbare toekomst bevindt. Dat geloven overigens evenzeer de radicale ecologisten, die dromen van een terugkeer naar de natuur en daartoe een naturalistische ethiek voorop stellen. Ook zij zien het technisch fundament van hun denken en handelen niet in.
Marc Van den Bossche stelt daarvoor in de plaats een oorspronkelijk denken van de ethos, van ons verblijf in de wereld. Een nieuwe vorm van kritisch denken richt zich voor hem niet langer op de weg van de kritiek, maar op een kritiek van de weg.
Dit 'andere' denken gaat uit van pluraliteit en gelatenheid en kiest eerder de kunstenaar dan de technicus als voorbeeld. Filosofen als Heidegger, Arendt, Barber en Welsch helpen mee deze weg te tonen. |