Inhoud
Kunst kan niet bloeien zonder doelbewuste ondersteuning. Die steun, ofwel patronage, kan komen van publieke of private zijde.
Of het nu gaat om vermogende particulieren, bedrijven, verzamelaars, overheden of liefdadige fondsen, zonder hun partonage zouden musea, theathers, concertzalen en kunsthallen een karige aanblik vertonen.
Het overheidsbeleid heeft lange tijd een vrijwel alomvattende invloed gehad op de culturele sector. In de jaren negentig lijken zowel nieuwe als traditionele vormen van patronage een sterkere betekenis te krijgen.
Culturele instellingen en kunstenaarsiniatieven hebben steeds meer rekening te houden met de economische wetten van vraag en aanbod. Daarmee is de vraag actueel geworden in hoeverre de kunstensector verschillende vormen van patronage kan aanspreken.
In deze cultuursociologische studie laat Erik Hitters zien hoe in de loop van de tij verschillende patronen van patronage te zien zijn. Aan de hand van vele voorbeelden uit de stad Rotterdam wordt duidelijk dat patronage van cultuur meer is dan alleen financiering. het omvat ook het initiatief, de organisatie en de legitimatie van de steun aan kunst en cultuur. Erik Hitters beschouwt een breed scala van vormen van patronage, van de steun van verzamelaars en vrienden aan musea als Boysmans van Beuningen tot de vergaande overheidsinterventie in de culturele sector. Maar ook de praktijk van cultuursponsoring - de kwintessens van de huidige marktbenadering in de kunsten - is uitgebreid onderzocht en gedocumenteerd. |